Winkelwagen 0 producten / € 0,00
Ark Mission
 
Mijn eigen kleuterbijbel
€19,95

Verhaalstijl

De verhalen zijn beschrijvend en bestaan uit gemiddeld één pagina. Het woordgebruik is eigentijds en er worden geen moeilijke woorden gebruikt.

De auteur beschrijft eerst kort de context van het bijbelverhaal. Er is weinig ruimte om een eigen invulling te geven aan de bedoeling van het verhaal. De auteur schetst duidelijk wat goed is en wat slecht is.

De auteur geeft uitleg bij wat er gebeurt in het verhaal en welke rol God in het verhaal speelt. Een voorbeeld daarvan is de afsluiting van het verhaal waarin verteld wordt dat God Mozes naar Egypte stuurt om naar de farao te gaan. De auteur sluit als volgt af: ‘God weet wat het beste is. Mozes wist dat heel goed. Daarom was hij gehoorzaam aan God.’ Een ander voorbeeld is het verhaal van de zondeval. De auteur schrijft: ‘De slang, die bij Gods vijand de duivel hoorde, wilde graag dat Adam en Eva God ongehoorzaam zouden zijn. De duivel wil ook graag dat wij ongehoorzaam aan God zijn. Maar God kan ons helpen. Hij is veel sterker dan de duivel!’

 

Extra informatie

Elk verhaal sluit af met een kort gebed.

 

Visie auteur

In de verhalen wordt benadrukt welke personen slecht zijn en welke personen God dienen. God wordt beschreven als degene die helpt en redt en alle macht heeft.

In de verhalen in het Nieuwe Testament wordt Jezus beschreven als de Verlosser. Zo schrijft de auteur aan het einde van het verhaal van de geboorte van Jezus: ‘Want God hield zoveel van de wereld dat Hij zijn eigen Zoon als verlosser wilde sturen. En iedereen die in Hem gelooft, zal op een dag bij God wonen.’
De wonderen in het Nieuwe Testament worden als wonder beschreven en soms letterlijk een wonder genoemd.

Het laatste hoofdstuk sluit aan bij Openbaring 21, maar is in deze tijd geplaatst. Het vertelt dat de mensen nu mogen weten dat Jezus terugkomt en sluit af met: ‘Iedereen die op de Here Jezus vertrouwt en in Hem gelooft, zal samen met Hem op de nieuwe aarde mogen wonen.’

 

Aansluiting bij de leeftijdscategorie

De bijbelverhalen zijn voorleesverhalen. Op de flaptekst staat aangegeven dat het voor kinderen van 3-7 jaar is. De zinnen zijn voor kinderen van 3 jaar aan de lange kant. Sommige verhalen zijn complex, omdat eerst de context van het verhaal wordt geschetst. Op deze manier wordt er heel veel verteld in weinig tekst.

 

Vertelde verhalen

Oude Testament: 39 verhalen

Nieuwe Testament:29 verhalen
 

Bij de verhalen uit het Nieuwe Testament worden ook drie verhalen uit Handelingen verteld. Het laatste hoofdstuk sluit aan bij Openbaring 21.

Bij de verhalen staat het bijbelgedeelte dat bij het verhaal hoort.

Met inhoudsopgave

 

Illustraties

Elk verhaal bevat minimaal één pagina vullende illustratie. De personages en ook de dieren op de illustraties laten veel emoties zien, aansluitend bij het bijbelverhaal. De illustraties hebben een speels karakter.

In de illustraties zijn details verwerkt die terugkomen in het verhaal.

In veel illustraties wordt gebruikgemaakt van licht en donker.

 

Bruikbaarheid thuis, kinderkerk/(zondags)school

De kinderbijbel is geschikt om voor te lezen thuis, op school en in de kinderkerk.